“Wat doe jij hier nou? Jij moest al lang in je bed liggen!”
“Ik kon niet slapen, papa.”
Bij het woord 'papa', kijkt hij een beetje verdwaasd. Het lijkt alsof hij zich amper herinnert dat hij kinderen heeft.
“Ga slapen! Nu meteen,” zegt hij kortaf.
“Ja, papa. Het spijt me...”
Ze zet zich recht en stapt naar de trap, onderweg hoort ze haar vader nog iets mompelen dat leek op 'ondankbaar wicht', maar dat zal wel verbeelding geweest zijn. Wanneer Amber de slaapkamer binnenkomt, stapt ze naar Tylers bed en gaat zitten. Doordat de matras een beetje inzakt, wordt hij wakker.
“Ik mis mam,” zegt Amber terwijl hij zich wat rechter zet.
“Meisje toch,” zegt hij lief voor hij haar een knuffel geeft.
“Tyler,” begint Amber, “wat was dat liedje dat ze neuriede voor het ongeval? Dat liedje dat vier jaar geleden op de begrafenis ook gedraaid werd?”
Het is even stil, maar dan antwoordt hij met trillende stem: “Dat liedje, was mams lievelingsliedje. Het heet Dust in the Wind van Kansas.”
Eindelijk, na zoveel jaren weet ze de naam en artiest. Al vier jaar lang zit dat liedje steeds te spelen in haar achterhoofd. Ze heeft het altijd al willen weten, alsof het de leegte die haar moeder achterliet een beetje compleet zou maken. Maar nu ze het eindelijk weet, voelt ze zich helemaal niet beter. Integendeel, doordat ze daarnet haar moeders glimlach op het televisiescherm zag, voelt ze zich nog slechter. Ze voelt tranen opwellen, ze legt haar hoofd op Tylers schouder en laat de tranen vloeien.
“Waarom moest ze gaan, Ty,” vraagt ze huilend.
“Ik weet het niet, misschien was het omdat God haar dichter bij hem wou? Dat is begrijpelijk, ze was zo'n engel” antwoordt hij.
“Misschien...”
God is een egoïstische klootzak, denkt Amber.